Internationale Vrouwendag

Ter gelegenheid van de Internationale Dag voor de Rechten van Vrouwen publiceert het ABVV zijn bevindingen en eisen. Wij willen een ander beleid, een beleid dat rechtvaardiger en evenwichtiger is, en rekening houdt met de situatie van vrouwen op de arbeidsmarkt. Daarom zal het ABVV op 8 maart staken. Neem contact op met je ABVV centrale als je deel wilt nemen aan deze actie.

Nog elke dag vinden geweld, seksisme en seksuele intimidatie tegen vrouwen plaats.

Veel vrouwen en meisjes krijgen dagelijks te maken met fysiek en seksueel geweld en seksuele intimidatie; thuis, op straat, op het werk of online. Huiselijk geweld en partnergeweld zijn een plaag en het aantal vrouwenmoorden blijft onaanvaardbaar.

Wat moet er gebeuren?

Er bestaan internationale instrumenten voor het beschermen van vrouwenrechten, maar België loopt hierin nog altijd achter. Het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (‘Verdrag van Istanbul’) is al in 2016 geratificeerd. Maar tot op de dag van komt België zijn engagementen niet na. Het IAO-Verdrag  betreffende de uitbanning van geweld en intimidatie in de wereld van het werk (IAO verdrag nr. 190) uit 2019 moet ook zo snel mogelijk geratificeerd en effectief toegepast worden op alle Belgische bevoegdheidsniveaus.

Vrouwen verdienen 22,7% minder dan mannen.

Deze loonkloof wordt berekend voor alle werknemers, ongeacht hun beroep, sector of functie. Hoe kunnen we deze kloof verklaren? Dit is te wijten aan de verschillende posities die vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt innemen, maar ook aan het feit dat de meerderheid van de deeltijdse werknemers vrouwen zijn. Het is ook te wijten aan verschillende verborgen mechanismen, vooroordelen en stereotypen, die discriminatie in de hand werken en nadelig zijn voor de loopbaan van vrouwen.

Wat moet er gebeuren?

De hele samenleving moet opnieuw worden doordacht zodat vrouwen toegang krijgen tot andere functies en beroepen. De genderdimensie in het onderwijs is zeer belangrijk. Jonge meisjes moeten van dezelfde dingen kunnen dromen als kleine jongens, en dit moet opgebouwd worden vanaf de eerste leeftijd. Ook vrouwen moeten naar beroepen met degelijke verloning geleid worden. Mannen moeten het mogelijk gemaakt worden hun werktijd te verminderen om voor kinderen of ouders te zorgen.

Vrouwen leven van een gemiddeld pensioen van 1.077 euro bruto per maand.

Lagere lonen leiden onvermijdelijk tot lagere pensioenen. Wanneer vrouwen minder verdienen dan mannen, is het niet verwonderlijk dat het armoederisico op latere leeftijd groter is bij vrouwen. We hebben ervoor gezorgd dat het minimumpensioen voor een volledige loopbaan wordt verhoogd tot 1.500 euro netto per maand. Helaas zullen veel vrouwen hier niet van genieten omdat zij geen carrière van 45 jaar kunnen voorleggen.

Wat moet er gebeuren?

De pensioenen van vrouwen moeten worden geherwaardeerd. De pensioenleeftijd moet omlaag naar 65 jaar, en het aantal dienstjaren dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het pensioen moet worden teruggebracht tot 40. Bij de berekening van het pensioen moet ook rekening worden gehouden met de hindernissen en discriminatie waarmee vrouwen op de arbeidsmarkt te maken krijgen.

43% van de vrouwen werkt deeltijds. Dit is zelden een bewuste keuze maar leidt wel tot een lager loon, lagere uitkeringen, en een lager pensioen.

Bijna de helft van de vrouwen werkt onvrijwillig deeltijds en verdient een inkomen rond of onder de armoedegrens. Van alle deeltijdse banen wordt 80% door vrouwen uitgeoefend.

Wat moet er gebeuren?

Een collectieve arbeidstijdverkorting voor iedereen, in alle sectoren, met behoud van loon en compenserende aanwervingen, zou het probleem van de ongelijkheid op het gebied van werktijd, loon en evenwicht tussen werk en privéleven deels kunnen oplossen.

De werktijd van mannen verminderen en die van vrouwen verhogen, zou niet alleen toelaten talrijke vormen van discriminatie op de arbeidsmarkt te bestrijden, maar zou ook een grotere investering van vaders in de gezinssfeer toelaten.

Vrouwelijke werknemers in essentiële sectoren hielden het land overeind tijdens de pandemie voor een veel te laag loon.

De eerstelijnswerkers waren meestal vrouwen, vooral in de zorgsector. Zij werkten met gevaar voor eigen gezondheid, en die van hun naasten. De lonen in deze essentiële sectoren zijn te laag en vrouwen zijn oververtegenwoordigd in de laagste looncategorieën.

Wat moet er gebeuren?

De essentiële beroepen moeten hogere lonen, betere arbeidsvoorwaarden en haalbare loopbanen krijgen. Het minimumloon moet worden opgetrokken tot 14€ bruto/uur of 2300€ bruto/maand. Voor het ABVV is dit het minimum om waardig te kunnen leven! Nochtans liggen in deze essentiële sectoren de meeste sectorale minimumlonen onder dit bedrag.

Covid-19 moet in alle sectoren als beroepsziekte worden erkend. Niet alleen voor verplegend en verzorgend personeel, maar ook voor huishoudhulpen, schoonmaakpersoneel, werknemers in de productie en de handel in voedingsmiddelen, wasserijen, logistieke sector...

Vrouwen combineren vaker werk en huishoudelijke taken.

Vrouwen zijn op alle fronten aanwezig en hebben twee banen: thuis en op het werk. Eens hun dagtaak erop zit, nemen ze thuis het grootste deel van het huishoudelijk werk op zich.

Wat moet er gebeuren?

Wij pleiten voor een gelijke verdeling van het huishoudelijk werk en de zorg voor kinderen en zorgbehoevenden. Dit zou kunnen gebeuren door een verplicht en uitgebreid geboorteverlof voor vaders.

Voor- en naschoolse opvang zijn ook hefbomen voor de ondersteuning van het ouderschap. Enerzijds bevorderen zij de toegang tot werk – en dus het inkomen – van de ouders, vooral van moeders; anderzijds helpen zij de ouders om privé- en beroepsleven af te bakenen. Deze voorzieningen moeten toegankelijker worden qua beschikbare plaatsen, kostprijs en openingstijden.

Vrouwen hebben minder kans op werk of promotie.

Volgens het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) hebben 3 op 4 vrouwelijke werknemers al te maken gehad met ten minste één vorm van discriminatie vanwege zwangerschap of moederschap. Weinig vrouwen durven hun rechten af te dwingen, omdat zij vaak zelf genderstereotypen hebben geïntegreerd en het idee hebben aanvaard dat zwangerschap en moederschap obstakels zijn voor hun carrière.

Wat moet er gebeuren?

Vaderschapsverlof is een instrument voor de gelijkheid van de ouders. Dit gaat hand in hand met professionele gelijkheid. Eén man op de tien heeft nog altijd moeite om dit verlof op te nemen, waarvan ongeveer de helft door de houding van de werkgever. Dit verlof wettelijk verplicht maken en uitbreiden zou een mentaliteitsverandering en een echte sociale vooruitgang betekenen.

Ouderschapsverlof, dat nog steeds overwegend door vrouwen wordt opgenomen, moet beter worden gepromoot bij vaders. Het moet worden uitgebreid tot verschillende categorieën werknemers, flexibeler worden gemaakt en beter betaald.

Het ABVV organiseert een stakingsdag voor de Internationale dag voor de rechten van vrouwen.  Afspraak 8 maart 16u aan de Kunstberg, Brussel, waar we onze prioriteiten en ons actieplan voor de (rechten van de) werknemers nogmaals duidelijk zullen maken. Tot dan!