ABVV ontevreden over nieuwe berekeningswijze alternatieve financiering sociale zekerheid

Gepubliceerd op

In het beheerscomité van de sociale zekerheid waken de vakbonden en werkgevers over de financiële stromen in onze sociale zekerheid, waartoe ook de alternatieve financiering behoort. In het advies van 3 februari wordt de berekeningswijze ervan op de korrel genomen.   

Maar wat is de alternatieve financiering van de sociale zekerheid precies? De sociale zekerheid voor werknemers – in het jargon het ‘RSZ-globaal beheer’ – wordt gefinancierd vanuit drie bronnen: de sociale bijdragen geheven op loon (goed voor ongeveer 2/3de van de inkomsten), de alternatieve financiering vanuit BTW en roerende voorheffing, en vanuit de overheidsdotaties. 

De vakbonden konden niet voorkomen dat de werkgevers al lang niet meer hun deel van de rekening betalen. Het werkgeversaandeel in de financiering van de sociale zekerheid is al jarenlang in vrije val, de bijdrageverminderingen voor werkgevers vertienvoudigden dan ook in de afgelopen dertig jaar en ook de taxshift van de regering-Michel (2014-2018) speelt daarin een sleutelrol.

De rivier niet droogleggen

Om de sociale zekerheid niet geheel droog te leggen werd dus die alternatieve financiering van de sociale zekerheid in het leven geroepen. Een deel van de BTW-opbrengsten en de opbrengsten uit de roerende voorheffing compenseren de cadeaus aan de werkgevers. Op deze wijze kunnen de pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte-uitkeringen en de gezondheidszorg, ondanks de werkgeversbijdrageverminderingen, toch nog worden gefinancierd. 

Aangezien sommige regeringspartijen de sociale zekerheid liever zo mager mogelijk zien, bestaan er talrijke uitzonderingen zoals de uitbreiding van flexijobs, studentenjobs, etc., waar geen alternatieve financiering voor werd voorzien. Ook deze regering voorziet verschillende maatregelen, zoals de inkanteling van de langdurige ziekte-uitkeringen voor ambtenaren in het ZIV of de bijkomende middelen Sociale Economie, waarbij geen of onvoldoende alternatieve financiering wordt voorzien. Het ABVV vraagt om ook deze maatregelen af te dekken via alternatieve financiering.

Advies van de werknemersorganisaties

Op 3 februari sprak het Beheerscomité sociale zekerheid zich uit over de jaarlijkse adviesvraag over de omvang van deze alternatieve financiering. Het percentage van de BTW en roerende voorheffing dat naar de sociale zekerheid vloeit, wordt immers vastgelegd via koninklijk besluit. 

Ondanks het zogenaamde voornemen van de huidige regering om de begroting op orde te brengen, voorziet ze dit jaar opnieuw een bijkomende grote bijdragevermindering voor de werkgevers ter waarde van 198 miljoen euro. Deze komt bovenop de bijdragevermindering ter waarde van 350 miljoen euro die in 2025 met een strik rond aan de werkgevers werd gegeven. De regering beperkte tegelijk ook enkele bijdrageverminderingen. Daarbij besloot de regering ook de enige bijdragevermindering voor werkbaar werk af te schaffen, met name de bijdragevermindering voor collectieve arbeidsduurvermindering. 

Het is wat technisch, maar de manier waarop de percentages alternatieve financiering nu worden vastgelegd, is strijdig met het verleden. In het verleden werd steeds vertrokken van een raming van de kost van de bijdragevermindering op het moment van invoering van de maatregel. Een één-op-één compensatie van deze maatregelen doorheen de tijd om de reële structurele impact op de financiering van de sociale zekerheid op te vangen, bleek in de praktijk niet mogelijk. 

Enkele voorbeelden. Toen de toenmalige federale regering in 2024 de RSZ-korting voor aanwervingen vier, vijf en zes afschafte, leidde dat niet tot een (neerwaartse) herziening van de percentages alternatieve financiering. Omgekeerd, toen uit een doorrekening van de RSZ in 2021 bleek dat de kost van de versoepeling van de plusplannen in 2016 fors werd onderschat, leidde dat niet tot een verhoging van de alternatieve financiering. Voor het eerst vermindert de federale regering de alternatieve financiering omdat ze ervan uitgaat dat haar begrotingsmaatregel de omvang van de parafiscale uitgave voor RSZ-kortingen eerste aanwervingen zal verminderen, een duidelijke trendbreuk. Het blijft bovendien hoogst onzeker of die uitgaven effectief zullen verminderen, aangezien de korting voor eerste aanwerving onbeperkt blijft in de tijd.

Appels en peren

De werkwijze die in de adviesaanvraag wordt gehanteerd, grijpt daarenboven niet terug naar de initiële voorziene alternatieve financiering voor deze maatregelen, waardoor de verhouding tussen de eerdere toekenning en huidige vermindering niet kan worden nagegaan. Men vergelijkt appelen met peren. Om een terugname van de alternatieve financiering te rechtvaardigen dienen de ondergefinancierde maatregelen eerst te worden gecompenseerd net als de maatregelen die helemaal niet werden gecompenseerd. Daarenboven merken de werknemersorganisaties op dat deze nieuwe werkwijze van de huidige regering zelfs strijdig is met de wet. De wet van 17 april 2017, houdende de hervorming van de financiering van de sociale zekerheid, stelt dat de aanpassing van percentages enkel betrekking heeft op nieuwe en bijkomende bijdrageverminderingen. 

Het ABVV blijft de cruciale financiering van onze sociale zekerheid nauwgezet opvolgen. 

Auteur: Niels Morsink