Evaluatie art. 39ter: de moedwillige systeemfout van Arizona
Gepubliceerd op
Een evaluatie voorzien en diezelfde dag onmogelijk maken: dat is de goocheltruc die de Arizona-regering heeft uitgehaald in het dossier van artikel 39ter. Achter deze wetswijziging schuilt de wil om een bestaande regeling te vervangen zonder de resultaten ervan te hebben geëvalueerd, met het risico de rechten van ontslagen werknemers te verzwakken.
Opzet van artikel 39ter Arbeidsovereenkomstenwet
Artikel 39ter van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 houdt in dat vanaf een bepaalde duurtijd van de opzeggingstermijn, een deel van de werkgeversbijdragen op de verloning die een werknemer ontvangt tijdens het presteren van de opzeggingstermijn (of op de equivalente opzeggingsvergoeding), aangewend wordt ter financiering van ‘inzetbaarheidsbevorderende maatregelen’.
De bekomen middelen worden gesolidariseerd, en voor elke betrokken werknemer wordt een forfaitair budget ten belope van 1.840 euro uitgetrokken.
Onder inzetbaarheidsbevorderende maatregelen worden begeleiding en opleiding voorzien door professionele dienstverleners verstaan, waarbij het de bedoeling is dat deze de werknemer in staat stellen om op zo kort mogelijke termijn een nieuwe job te vinden, dan wel een zelfstandige activiteit te starten.
Het is belangrijk om te benadrukken dat artikel 39ter erop neerkomt dat de betrokken werknemer haar/zijn volledige opzeggingstermijn blijft behouden en dat de financiering enkel gebeurt door een deel van de werkgeversbijdragen op de verloning ontvangen tijdens de opzeggingstermijn.
Voorgeschiedenis
Art. 39ter heeft al een hele voorgeschiedenis achter de rug.
Het gaat terug tot 2014, en werd ingevoerd in het kader van de maatregelen van het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden.
De oorspronkelijke versie voorzag dat vanaf een bepaalde duurtijd van de opzeggingstermijn, 1/3de (!) van de eigenlijke verloning van de opzeggingstermijn aangewend diende te worden voor inzetbaarheidsbevorderende maatregelen.
De paritaire comités dienden tegen 2019 te bepalen welke inzetbaarheidsbevorderende maatregelen hierdoor gefinancierd konden worden.
Individuele werknemers en werkgevers die de sectorale bepalingen niet naleefden, zouden een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage te betalen.
Er werd geen enkele cao in die zin afgesloten.
Waarna verschillende pogingen volgden om toch een manier te vinden om uitvoering te geven aan dit artikel, dit alles in een streven naar ‘activering van de opzeggingstermijn’ en in lijn met de rechtse houding dat je er toch moeilijk kan op vertrouwen dat een werknemer de opzeggingstermijn (of opzeggingsvergoeding) op de ‘juiste’ manier zal aanwenden.
Moedwillige systeemfout Arizona
De huidige versie van art. 39ter trad pas in werking op 1 april 2025.
Er werd voorzien dat deze geëvalueerd zou worden door de Nationale Arbeidsraad en door het beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening binnen 2 jaar na de inwerkingtreding ervan, dus tegen uiterlijk 1 april 2027.
Wat is nu de moedwillige systeemfout die Arizona ingevoegd heeft?
Via de wet van 18 mei 2026 houdende diverse arbeidsbepalingen, wordt artikel 39ter in die zin gewijzigd dat de evaluatie ervan al tegen 1 juni 2026 dient afgehandeld te zijn.
Wet die overigens zelf pas op 1 juni 2026 gepubliceerd werd (en dan nog in een ’s namiddags gepubliceerde 2de editie van het Belgisch Staatsblad).
Op 1 juni 2026 wordt dus een wetswijziging doorgevoerd, wetswijziging die in houdt dat de datum waarop die wetswijziging gepubliceerd wordt, de nieuwe deadline is voor de initieel in de wet voorziene evaluatie (!). Faut le faire..
Het moge duidelijk zijn dat – bij gebreke van een DeLorean-tijdmachine – hierdoor een ‘tijdige’ evaluatie onmogelijk is gemaakt.
Wat dan ook het hele opzet is van dit heel bedenkelijke manoeuvre van de regering: wars van enige evaluatie wil ze de huidige versie van artikel 39ter afschaffen en blind ideologisch vervangen door een andere regeling, die sowieso nadeliger zal uitvallen voor de betrokken werknemers.
Auteur : Lander.vanderlinden@abvv.be