Impact beperking werkloosheidsuitkering op uitstroom naar werk en ziekte
Gepubliceerd op
De VDAB publiceerde een eerste cijfernota die een beeld geeft van de impact van de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd op de uitstroom van langdurig werkzoekenden naar werk of ziekte.
De analyse van de VDAB heeft betrekking op uitkeringsgerechtigde werkzoekenden die op 30 juni 2025 twee jaar werkloos waren. Deze groep werd vergeleken met eerdere cohorten. De studie is daardoor breder dan de doelgroep die onder de eerste en tweede golf van de hervorming van de werkloosheidsuitkering viel.
Beperkt positief effect op uitstroom naar werk
Eind maart 2026 was 12% van de werkzoekenden uitgestroomd naar werk, tegenover 9% bij de voorgaande cohorten. Deze vergelijking suggereert dat de hervorming het aandeel werkzoekenden dat aan het werk is met ongeveer drie procentpunten heeft verhoogd. Dat resultaat is niet verrassend. Onderzoek naar de effecten van sanctionering en de beperking van werkloosheidsuitkeringen toont immers aan dat dergelijke hervormingen in de beginfase doorgaans een beperkt positief effect hebben op de uitstroom naar werk.
Daarnaast zien we ook een stijging van de uitstroom naar ziekte, vooral bij werkzoekenden met een advies welzijn. Dit zijn werkzoekenden waarbij gespecialiseerde VDAB-diensten formeel hebben vastgesteld dat bemiddeling naar werk op dat moment niet haalbaar is. Dat kan zijn vanwege medische, psychische of sociale problemen. Zij worden daarom toegeleid naar een aanbod binnen het welzijnsdomein.
Binnen deze groep is de uitstroom naar ziekte sterk toegenomen. Eind maart 2026 was 15% van de werkzoekenden met een advies welzijn uitgestroomd naar een ziekte-uitkering, terwijl dit bij eerdere cohorten nauwelijks voorkwam.
In tegenstelling tot wat in de media soms werd beweerd, betekent dit niet dat het merendeel van deze werkzoekenden zich in het verkeerde stelsel bevond. Meer dan acht op de tien werkzoekenden met een advies welzijn stroomden immers niet uit naar een ziekte-uitkering. Zij hadden dus geen recht op een ziekte-uitkering of hebben deze niet aangevraagd.
Conclusie
Er is inderdaad sprake van een verhoogde uitstroom naar werk, maar het effect blijft voorlopig beperkt. Bovendien is de observatieperiode nog te kort om uitspraken te doen over de duurzaamheid van deze uitstroom. Uit onderzoek blijkt immers dat deze initiƫle effecten op langere termijn vaak afvlakken, onder meer doordat mensen opnieuw uitvallen en terugkeren naar de werkloosheid. Bovendien blijkt uit deze cijfers dat nog steeds meer dan acht op tien geen job hebben gevonden en blijvende nood hebben aan ondersteuning op dit vlak. Nu moeten ze het echter doen zonder inkomensondersteuning.
Ook de stelling dat de werkzoekenden met een advies welzijn zich in het verkeerde statuut bevonden, wordt door deze cijfers onvoldoende ondersteund. Meer dan acht op de tien werkzoekenden met een advies welzijn stroomden immers niet uit naar een ziekte-uitkering.
De VDAB zal de effecten van de hervorming ook op langere termijn blijven opvolgen. Daarbij loopt ook een discussie over de manier waarop duurzame uitstroom moet worden gemeten. Momenteel ligt een definitie op tafel waarbij iemand als duurzaam uitgestroomd wordt beschouwd wanneer die persoon twaalf maanden na inschrijving minstens twintig opeenvolgende dagen aan het werk is. Bovendien zou ook interimarbeid hierin worden meegeteld.
Volgens ons is dit geen adequate definitie van duurzame uitstroom. Op zijn minst zou er moeten worden nagegaan hoe lang iemand, eenmaal uitgestroomd naar werk, effectief ononderbroken aan het werk blijft. Idealiter wordt duurzame uitstroom gedefinieerd als een situatie waarin iemand opnieuw voldoende sociale rechten heeft opgebouwd.
Auteur: caro.vanderschueren@vlaamsabvv.be