Kinderen vanaf 15 jaar laten werken: een gevaarlijk precedent

Gepubliceerd op

In december van vorig jaar keurde het parlement een wet goed waardoor jongeren vanaf 15 jaar die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht ‘lichte arbeid’ mogen verrichten. Tot nu toe konden deze kinderen enkel op uitzonderlijke basis werken, mits een administratieve uitzondering en binnen een heel strikt beschermend kader.

De verandering die de regering met deze wet invoert is onrustwekkend en slaat een grote bres in het verbod op kinderarbeid. 

Hoewel de wet formeel inwerking is getreden op 9 januari 2026 hangt de toepassing ervan nog af van de publicatie van een koninklijk besluit dat deze ‘lichte arbeid’ definieert. Zolang dit koninklijk besluit niet goedgekeurd is, mogen jongeren die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht – en de twee eerste jaren van het middelbaar onderwijs niet hebben gevolgd – geen arbeidsovereenkomst afsluiten. Het ontwerpbesluit werd ter advies voorgelegd aan de Nationale Arbeidsraad (NAR). Dit advies is grotendeels verdeeld.

‘Lichte arbeid’ wordt te vaag omschreven.

Het ontwerpbesluit definieert lichte arbeid als niet-industriële arbeid die geen specifieke scholing vergt en niet wordt verricht met of aan mechanische arbeidsmiddelen. De volgende functies worden opgesomd:

  • aangestelde aan een vestiaire;
  • inpakken van kleine verpakkingen;
  • vakkenvuller;
  • assistent voor verkoop in kleinhandelszaken.

De tekst verduidelijkt dat deze activiteiten niet schadelijk mogen zijn voor de veiligheid, gezondheid en ontwikkeling van de betrokken jonge werknemers. Ze mogen ook niet nadelig zijn voor hun aanwezigheid op de schoolbanken of andere mogelijkheden om aan onderwijs deel te nemen.

Deze garanties blijven echter zeer theoretisch. De activiteiten worden niet duidelijk genoeg afgebakend en het besluit bepaalt niet welke overheid verantwoordelijk is voor de voorafgaande controle van de arbeidsvoorwaarden.

Sociale partners bezorgd… werkgevers halen schouders op

Hoewel de werkgeversorganisaties achter de grote lijnen van de maatregel staan, wordt in een gemeenschappelijk deel van het advies van de NAR uitdrukkelijk gewaarschuwd voor de risico’s van deze regeling.

De sociale partners herinneren samen aan: 

  • de verplichting om de internationale en Europese normen inzake kinderarbeid volledig na te leven;
  • de absolute noodzaak om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van minderjarigen vanaf 15 jaar die nog leerplichtig zijn, te beschermen:
  • het belang van een blijvende opvolging van het schooltraject en de naleving van de schoolverplichtingen.
  • het gebrek aan juridische duidelijkheid van het ontwerpbesluit wat aanzienlijke risico’s met zich meebrengt voor de interpretatie ervan en voor misbruik;
  • de noodzaak voor een duidelijke analyse van de specifieke risico’s en duidelijke instructies vanuit de bevoegde overheden.

Ondanks al deze waarschuwingen vragen de werkgevers een uitbreiding van de toegelaten activiteiten met administratieve ondersteuning, schoonmaak, onthaal of logistiek en verwijzen ze naar ‘het aanhoudend tekort aan arbeidskrachten’.

De vakbonden verwerpen deze logica met klem. De mogelijkheid om studenten vanaf vijftien jaar aan te werven terwijl zij nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht, houdt een aanzienlijk risico in voor zowel hun schoolverloop als hun fysieke en psychische ontwikkeling. Met de voorgestelde activiteiten worden deze kinderen blootgesteld aan verplichtingen, verantwoordelijkheden en risico’s die in geen geval verenigbaar zijn met hun leeftijd en hun statuut. Voltijdse leerplicht, kinderrechten en het recht op een veilige en evenwichtige ontwikkeling zijn punten die niet ter discussie staan. Dit moeten absolute prioriteiten blijven, die niet mogen worden aangepast volgens de eisen van de arbeidsmarkt.

Onaanvaardbare stap achteruit voor de rechten van het kind

Ook al wordt het besluit aangepast zal het nooit kunnen verzekeren dat werk door leerplichtige kinderen geen gevolgen heeft voor hun gezondheid, welzijn en schoolverloop. Het ABVV herhaalt bijgevolg met aandrang dat deze maatregel van de Arizona-regering een onaanvaardbare stap achteruit is voor de bescherming van kinderen.

Met de verlaging van de toegelaten leeftijd om te werken keert de regering de rug toe naar de internationale verbintenissen die België in het verleden is aangegaan, waaronder de verbintenissen in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie. We moeten hier nog aan toe voegen dat deze maatregelen aan geen enkele reële behoefte beantwoordt.

Het is ongelooflijk dat het moet worden verduidelijkt, maar blijkbaar het is nodig: het tekort aan arbeidskrachten zal niet worden weggewerkt door kinderen aan het werk te zetten. Maar wel door een verbetering van de lonen, werkomstandigheden en de kwaliteit van het werk.

Auteur: marie.hanse@abvv.be