Richtlijn loontransparantie: VBO en minister Clarinval creëren rechtsonzekerheid
Gepubliceerd op
Drie jaar. Zoveel tijd hadden de lidstaten om de Europese richtlijn inzake loontransparantie om te zetten. Hoewel alles tegen 7 juni 2026 klaar moest zijn, loopt België een onaanvaardbare achterstand op. Door het tegenwerken van het VBO en het stilzitten van minister Clarinval wordt de concrete toepassing van het principe « gelijk loon voor gelijk werk » geblokkeerd.
Iets meer dan 3 volledige jaren
17 mei 2023 werd de Europese richtlijn 2023/970 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen (hierna: de richtlijn loontransparantie) gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De richtlijn loontransparantie was het resultaat van intensieve onderhandelingen tussen het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.
De Raad van de Europese Unie, is de instelling waarin ministers uit de 27 lidstaten van de Europese Unie samen besprekingen voeren en tot gezamenlijk gedragen standpunten komen.
Inbegrepen een door de Belgische regering afgevaardigde minister.
Artikel 34 van de richtlijn loontransparantie is duidelijk: ‘De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 7 juni 2026 aan deze richtlijn te voldoen. Zij geven de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.’.
Op 17 mei 2023 was het dan ook voor alle lidstaten (lees: de regeringen, inbegrepen de Belgische) en de sociale partners duidelijk dat tegen 7 juni 2026, iets meer dan 3 volledige jaren later, de richtlijn loontransparantie omgezet diende te zijn in de eigen reglementering.
Aan de arbeid!
Het is min of meer traditie om aan de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad (NAR) te vragen om zich te buigen over de omzetting van Europese richtlijnen.
Dit om de erin vervatte bepalingen zo goed mogelijk in te passen in de Belgische reglementering en ook omdat de meeste richtlijnen expliciet opleggen om de sociale partners te betrekken.
Wat ook het geval is voor de richtlijn loontransparantie in haar artikel 13.
De inhoudelijke besprekingen binnen de NAR zijn gestart op in september 2024.
Dat deze moeizaam verliepen, is een understatement.
Toch bleek in maart 2026 dat tijdens de Raadszitting van de NAR van 21 april 2026 een tussentijds advies uitgebracht zou kunnen worden, en dat 2 ontwerp cao’s (mits het uitklaren van nog enkele openstaande punten van discussie) afgeklopt konden worden.
In april 2026 een advies uitbrengen en 2 ontwerp cao’s afkloppen, zou de regering de mogelijkheid geven om tijdig alle vereiste wettelijke bepalingen te nemen om de richtlijn loontransparantie volledig om te zetten tegen 7 juni 2026 en zou de nodige rechtszekerheid gegeven hebben aan werknemers en werkgevers over de in de richtlijn loontransparantie vervatte rechten en plichten.
Interventie VBO
Begin april 2026 lieten de vertegenwoordigers van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) echter weten dat ze niet verder wensten te onderhandelen.
En dit na meer dan 18 maanden (!) onderhandelen.
Het is voor zover ons bekend, de allereerste keer dat een organisatie zetelend in de NAR, weigert om verder mee te werken aan de omzetting van een Europese richtlijn.
Op Europees niveau had BusinessEurope, de Europese werkgeverslobby waar het VBO lid van is, al eind februari 2026 opgeroepen om de richtlijn loontransparantie aan te passen (lees: af te zwakken) en de deadline om deze om te zetten met 2 jaar te verlengen.
Oproep die – gelukkig – in dovemansoren viel bij de Europese Commissie, die op begin maart 2026 liet weten dat de richtlijn loontransparantie niet heronderhandeld zou worden en dat de deadline van 7 juni 2026 behouden werd.
Iets wat de Europese Commissie ook reeds op 18 december 2025, in een schriftelijk antwoord aan een Europees parlementslid, had bevestigd.
Obstructie door de minister van Werk
Hiermee bleek de kous af evenwel nog niet af te zijn.
Binnen de regering vonden de vertegenwoordigers van het VBO namelijk een gewillig oor bij de minister van Werk.
Midden april 2026 verklaarde minister Clarinval in het parlement nog dat het aangewezen is om onze Europese verplichtingen binnen de gestelde termijn na te leven (lees: tegen 7 juni 2026).
Snel erna bleek dat er toch minstens sprake was van een ietwat gespleten tong, gezien binnen de regering diezelfde minister allesbehalve het nodige deed om tijdig klaar te zijn.
Meer nog, eind mei 2026 werd door minister Clarinval een waslijst aan ‘verduidelijkingsvragen’ gestuurd naar de Europese Commissie, waarvan het ‘onontbeerlijk’ zou zijn om deze eerst beantwoord te zien vooraleer verder gegaan kan worden met de omzetting van de richtlijn loontransparantie.
‘Verduidelijkingsvragen’, waar tot dan toe geen sprake van was geweest.
Tegelijkertijd werd een uitstel van 6 maanden gevraagd voor wat betreft de – in geval van laattijdige omzetting van de richtlijn loontransparantie – door de Europese Commissie automatisch tegen België op te starten inbreukprocedure.
Pittig detail: de minister van Werk, David Clarinval, behoort tot dezelfde partij als Hadja Lahbib, de voor de richtlijn loontransparantie bevoegde Europese Commissaris.
Complete stilstand en rechtsonzekerheid
En zo komen we aan de huidige stand van zaken: een complete stilstand op het federale vlak (in tegenstelling tot bijv. de Vlaamse Regering, die de richtlijn wel al omgezet heeft voor haar ambtenaren), met de eraan verbonden rechtsonzekerheid voor werknemers en werkgevers.
Misschien doet minister Clarinval er goed aan om zijn eigen regeerakkoord er nog eens op na te lezen.
In dat regeerakkoord staan namelijk volgende passages:
‘We zorgen voor een stabiel en rechtszeker regelgevend kader en streven naar tijdige en strikte omzetting van Europese richtlijnen.’
En:
‘We geven uitvoering aan Richtlijn (EU) 2023/970 mbt de versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid.’
De regering is het aan zichzelf verplicht om onmiddellijk de werkzaamheden voort te zetten om te komen tot een conforme omzetting van de richtlijn.
Elke vrouw en elke man heeft recht op gelijke verloning voor gelijke of gelijkwaardige arbeid!
Auteur : Lander.vanderlinden@abvv.be