Versterken arbeidsmarktparticipatie 1ste generatie vrouwen niet-EU herkomst

Gepubliceerd op

De commissie Diversiteit van de SERV, bestaande uit de sociale partners aangevuld met vertegenwoordigers van de kansengroepen in LEVL en Handicap en Arbeid, werkten op eigen initiatief aan een advies over de eerste generatie van vrouwen met een herkomstland dat niet in de Europese Unie ligt. 

De vrouwen waarop het advies betrekking heeft zijn buiten de EU-27 geboren en bevinden zich op het snijpunt van de assen gender en etniciteit. Dat zorgt vaak voor een dubbel nadeel op de arbeidsmarkt. Hun werkzaamheidsgraad is laag (55,7%) en de inactiviteitsgraad (39,9%) hoog. De achterliggende redenen zijn vaak te herleiden tot zowel hun gender als hun geboorteland. De cijfers tonen ook aan dat hun positie kwetsbaarder is dan die van andere groepen van vrouwen met een migratieachtergrond. Zo is er voor de tweede generatie vrouwen met een niet-EU herkomst ook een aanzienlijke kloof in werkzaamheids- (59,7%) en inactiviteitsgraad (34,5%), maar is deze wel al kleiner dan bij de eerste generatie.

Mensen komen naar Vlaanderen om verschillende redenen. Het grootste deel van de permanente migranten die geboren zijn buiten de EU migreerde omwille van familiale redenen. Twee derde daarvan zijn vrouwen. 

aandelen

De lagere werkzaamheidsgraad van deze vrouwen heeft meerdere oorzaken. Ze verhuizen bijvoorbeeld omdat hun partner elders gaat wonen of werken. Bij zo'n verhuis geven ze meestal voorrang aan hun gezin waardoor de eigen carrière tijdelijk minder belangrijk wordt. Ook sociale normen en verwachtingen van het herkomstland spelen een rol. Komt men uit een land waar arbeidsmarktparticipatie de norm is, dan nemen vrouwelijke migranten sneller deel aan de arbeidsmarkt na de migratie.

Drempels

In Vlaanderen nemen de kansen op werk toe naarmate het opleidingsniveau stijgt. Wat erg opvalt is dat de vrouwen buiten de EU doorgaans hoger geschoold zijn dan mannen geboren buiten de EU, en dat ze minstens even vaak als mannen overgekwalificeerd zijn en meer drempels ervaren in het vinden van een gepast werk. De gezinsverantwoordelijkheden en de toegang tot kinderopvang blijven een van de belangrijkste drempels die niet-beroepsactieve vrouwen met een migratieachtergrond ondervinden. Deze groep vrouwen is dus zeer divers en past niet in het eentonige beeld van een afhankelijke partner. Vaak zijn zij op andere manieren actief (zorg voor kinderen, cursus volgen, vrijwilligerswerk) en stuiten zij tijdens hun zoektocht naar werk op drempels als discriminatie, administratieve procedures, een gebrek aan taalkennis en digitale vaardigheden.  

  overqualificatie

Die diversiteit inzien en als realiteit aanvaarden is cruciaal. De commissie nam als startpunt voor haar advies dan ook de erkenning dat de arbeidsmarkpositie van eerste generatie vrouwen met een niet-EU herkomst niet enkel aan hun individuele kenmerken is toe te schrijven, maar beïnvloed wordt door een samenspel van individuele kenmerken (leeftijd, moederschap, opleiding) met de sociale context (gebrek aan vangnet) en institutionele factoren (diploma-erkenning, toegankelijke kinderopvang).  Vervolgens definieert de commissie drie sleutelprincipes om de drempels naar een duurzame job weg te werken. 

  1. Complexe beleidsuitdagingen vragen om een generieke beleidsbenadering en een inzet op zowel integratie als inclusie. Zo kunnen drempels in verschillende beleidsdomeinen weggewerkt worden. 
  2. De arbeidsmarktintegratie kan maar slagen wanneer opleiding beschouwd en ingezet wordt als cruciale hefboom. Werken aan vaardigheden is niet alleen belangrijk om mensen aan het werk te krijgen, maar ook om doorgroei te stimuleren en loopbanen te verduurzamen. 
  3. Vrouwen zitten zelf aan het stuur van hun loopbaan waarbij de arbeidswens het kompas vormt tijdens het begeleiden naar duurzaam werk dat aansluit bij hun capaciteiten en ambities.

Inburgeringsbeleid

De uitgebreide aanbevelingen uit het advies richten zich op de verschillende levensfases waarin vrouwelijke nieuwkomers zich kunnen bevinden. Zo is voor meisjes die op jonge leeftijd naar Vlaanderen migreren onderwijs een cruciale hefboom voor hun latere arbeidsmarktkansen. Voor zij die internationale bescherming verzoeken, bepleit de commissie dat personen met legaal verblijf vanaf dag één kunnen werken en beter geïnformeerd worden over werk- en opleidingsmogelijkheden. Zij moeten ook toegang krijgen tot een inburgeringstraject van zodra zij mogen werken. 

Via het inburgeringsbeleid stuurt Vlaanderen op een snelle arbeidsmarktparticipatie. Dat beleid vraagt om een flexibel aanbod Nederlands als tweede taal (NT2), voldoende participatie- en netwerktrajecten die aansluiten bij de professionele ambities en dat de samenwerking tussen de betrokken actoren zoals VDAB, opleidingsverstrekkers en het Agentschap Integratie en Inburgering verbetert. Snel werk vinden kan belangrijk zijn, maar het uiteindelijke doel is een duurzame job met kansen om te groeien en bij te leren. Daarom moet de matching zoveel mogelijk inzetten op tewerkstelling in jobs met doorgroeimogelijkheden. Het is ook belangrijk dat de vrouwen zelf keuzes kunnen maken over hun loopbaan en dat begeleiders zich bewust zijn van mogelijke vooroordelen. 

Het activeringsbeleid in Vlaanderen legt de verantwoordelijkheid voor participatie en integratie vooral bij het individu. De aanbevelingen in het advies gaan over vertrouwen opbouwen en de hand uitreiken naar deze doelgroep. Daarnaast moet er ingezet worden op groeivacatures, beroepsopleiding en duurzame activering. Allemaal aanbevelingen die rechtstreeks linken aan het bredere arbeidsmarktbeleid en de besparingscontext binnen dat beleidsdomein. De commissie wijst erop dat alle actoren in de samenleving (sectoren, onderwijsinstellingen, welzijnsorganisaties, sociale huisvestingsmaatschappijen, sociale partners, organisaties van kansengroepen, VDAB, e.a.) een rol te spelen hebben als we willen dat participatie ook inclusie wordt. 

De commissie diversiteit vestigt daarom in haar advies onder andere ook de aandacht op het toegankelijker maken van het beleid ter ondersteuning van de combinatie arbeid en gezin voor deze doelgroep en op het belang van voldoende, toegankelijke en kwalitatieve kinderopvangplaatsen en plaatsen in de buitenschoolse opvang en activiteiten. 

Beweegruimte en financiering

Het ABVV is tevreden met het feit dat het advies een aantal zaken benoemt: de sleutelprincipes, het erkennen van de intersectionele discriminatie, het benoemen dat integratie niet enkel de verantwoordelijkheid is van het individu maar ook van de overheid, werkgevers, onderwijs en sociale partners. Tegelijk weten we dat er nog werk aan de winkel is voor zowel het beleid als voor de vakbond. Zo blijven we ijveren om van diversiteit en inclusie op de arbeidsmarkt opnieuw een belangrijk beleidsthema te maken. Dat kan in de sectoren door via de sectorconvenants voldoende beweegruimte en financiering te voorzien zodat sectoren blijvend kunnen investeren in diversiteit. Of door via sociaal overleg een inclusieve instroom op werkvloeren te bevorderen via innovatieve methoden zoals open hiring, mentoring op de werkvloer en een bredere aanpak van taalondersteuning op het werk. Ook discriminatie op de arbeidsmarkt vraagt een blijvende aanpak: door vooroordelen tegen te gaan, door te sensibiliseren of door discriminatie te melden, vast te stellen en te combineren met efficiënte controles en handhaving bij overtredingen. 

Auteur : sarah.lambrecht@vlaamsabvv.be