Vooruit met De Lijn!
Gepubliceerd op
De Vlaamse regering legt De Lijn opnieuw een extra besparing van 35,5 miljoen euro op. Minder lijnen, lagere frequenties en aanpassingen aan het kern- en aanvullend net, zorgen voor kritiek vanuit de lokale besturen, het middenveld en reizigersorganisaties.
De eigenlijke beslissing werd al genomen tijdens de septemberverklaring. Vakbonden en reizigersorganisaties waarschuwden maandenlang voor de mogelijke gevolgen. Want deze besparingsronde snijdt niet enkel meer in het vet of de spieren, maar trekt het mes dwars door het geraamte van De Lijn.
Toch bleef het lange tijd stil in politieke middens, tot duidelijk werd wat deze besparing op het terrein ging betekenen. Vaak zijn politici ook minder vertrouwd met de dagelijkse realiteit van het openbaar vervoer. Zij zijn niet afhankelijk van bus of tram, terwijl dat voor veel gewone mensen wel het geval is.
Het rapport over Mobiliteitsarmoede uit 2024 van de Vlaamse Mobiliteitsraad toont dat bijna één op vijf Vlamingen mobiliteitsarmoede ervaart. Concreet gaat dat over mensen die door kostprijs, afstand of gebrekkig aanbod niet op hun bestemming geraken, wat onder meer kan gaan over school, zorg, familie of werk. Schrappen in het openbaar vervoeraanbod is niks minder dan georganiseerde sociale uitsluiting. En daar komen deze besparingen nog bovenop.
Voor tienduizenden mensen is de bus geen alternatief. Het is hun enige vervoersoptie. Jongeren, ouderen, mensen zonder wagen en werknemers in ploegenarbeid kunnen vaak niet anders. Minder openbaar vervoer verzwakt ook minder bereikbare regio’s en industriële zones waar het aanbod vandaag al beperkt is.
Daarnaast toont de VIONA-studie rond jobbereikbaarheid uit 2025 aan dat mobiliteit een belangrijke sleutel is voor toegang tot de arbeidsmarkt. In landelijke gemeenten zijn negen op de tien jobs alleen bereikbaar met de auto. Zeventig procent van de jobs in Vlaanderen veronderstelt feitelijk dat men een wagen bezit.
Twee studies, die bovendien werden betaald met Vlaams belastinggeld, tonen dus aan dat besparen op openbaar vervoer niet verstandig is en een negatieve impact heeft op de tewerkstelling van kwetsbare groepen. En wat doet de Vlaamse regering? De kop dieper in het zand steken.
Boemerang
De Vlaamse regering wil een werkzaamheidsgraad van 80% bekomen, maar neemt tegelijk maatregelen die de afstand tot werk vergroten. Deze ingrepen raken aan de kern van hun eigen regeerproject, en zullen als een boemerang in het gezicht terugkeren.
Want Vlaanderen wil meer mensen aan het werk, minder auto’s op de weg en klimaatvriendelijkere mobiliteit. Maar een krimpend openbaar vervoer botst met al die ambities. Minder openbaar vervoer betekent minder sociale mobiliteit, lagere jobbereikbaarheid en uiteindelijk meer auto’s en meer files. We organiseren eigenlijk een modal shift in de omgekeerde richting.
Deze ondoordachte besparing kost op termijn dus bakken met geld. Wat je vandaag bespaart, betaal je morgen via hogere sociale kosten, openstaande vacatures, meer files, extra uitstoot en hogere mobiliteitskosten voor gezinnen. Niemand wordt daar beter van, en zeker de begroting niet.
Investeren
Voor het Vlaams ABVV moet er dus niet meer bespaard worden, maar juist meer geïnvesteerd. Vanaf 2026 heeft de Vlaamse regering meer middelen beloofd, maar als je ondertussen het netwerk afbouwt, is de kans groot dat die investeringen te laat komen. Eens verbindingen verdwijnen, krijg je reizigers niet zomaar terug. Je kan een plant niet eerst uitdrogen om daarna te verwachten dat ze met een beetje water opnieuw bloeit.
De kwaliteit van ons openbaar vervoer moet dringend verbeterd worden. Hogere frequenties, betrouwbaarder vervoer, toegankelijke haltes en propere bussen en trams. Combineer openbaar vervoer beter met deelmobiliteit en zorg eindelijk voor geïntegreerde tickets tussen trein, tram en bus. Want als dat niet gebeurt, dreigen vooral kwetsbare groepen uit de boot te vallen. Zonder vervoer sluit je mensen letterlijk op. Mobiliteit is geen luxe, maar een basisrecht. Ons advies aan de politiek is eenvoudig: neem zelf vaker het openbaar vervoer. Je ontmoet er de mensen voor wie je beleid maakt. En neem de studies die je zelf financiert misschien ook al eens sneller ter hand. Het zou misschien kunnen helpen.
Auteur: Peter Hertog