Modernisering volgens Arizona: de herintroductie van kinderarbeid ABVV, SYNOVA, ABVV-Jongeren en Ligue des Droits de l’Enfant naar Grondwettelijk Hof

Vandaag, dinsdag 30 juni, hebben ABVV, SYNOVA, ABVV-Jongeren en Ligue des Droits de l’Enfant een beroep tot nietigverklaring ingediend bij het Grondwettelijk Hof tegen de wet die de tewerkstelling toelaat van voltijds leerplichtige 15-jarige kinderen. Het doel is deze wet te laten vernietigen en zo de eerste stap achteruit in de strijd tegen kinderarbeid sinds 1889 ongedaan maken. 

Sinds 14 mei 2026 kan een kind van 15 jaar dat nog voltijds leerplichtig is, en dus de eerste twee jaren van het secundair onderwijs niet heeft voltooid, worden tewerkgesteld om ‘lichte arbeid’ te verrichten. Het gaat om volgende taken: onthaal en vestiaire, rekken aanvullen in winkels, verkoopassistent in de detailhandel, opslag, verpakking, etikettering, kleine schoonmaaktaken, het uitdelen en afruimen van maaltijden in de zorgsector. 

Het kan niet genoeg benadrukt worden dat de 15-jarigen door de nieuwe reglementering plotsklaps niet langer beschouwd worden als kinderen. ABVV, SYNOVA, ABVV-Jongeren en Ligue des Droits de l’Enfant zien in de “modernisering” van de wetgeving dan ook vooral een achteruitgang van de rechten van het kind op onderwijs en ontplooiing, fundamentele rechten die met veel strijd zijn verworven. De achteruitgang is ongezien: sinds het verbod op kinderarbeid is dit de eerste wet die de bescherming van kinderen terugschroeft.

ABVV, SYNOVA, ABVV-Jongeren en Ligue des Droits de l’Enfant beschouwen de maatregel als discriminerend en strijdig met de Grondwet en het internationaal recht.

Discriminerend, omdat de betrokken kinderen minstens één jaar hebben gedubbeld, aangezien zij op 15‑jarige leeftijd de eerste twee jaren van het secundair niet hebben voltooid. Vanuit het principe van gelijke kansen zouden deze kinderen moeten worden aangemoedigd om zich op hun studies te concentreren, in plaats van te gaan werken. Het is genoegzaam bekend dat de kansen op een degelijke job en het niet verzeild raken in armoede sterk samenhangen met het opleidingsniveau.

De wet betekent een achteruitgang in sociale rechten door een veel te ruime uitzondering te voorzien op het verbod op kinderarbeid. Het grondwettelijk beginsel van ‘standstill’ wordt geschonden (art. 22bis en 23), het recht op onderwijs en ontwikkeling wordt disproportioneel en niet-gerechtvaardigd geschonden.

De maatregel is ook in strijd met de Europese en internationale verplichtingen van ons land. Normen die de overheid verplichten om jongeren te beschermen, hun onderwijs te waarborgen en hun belang boven alles te plaatsen Zo had de wetgever minstens voorwaarden moeten inbouwen zodat de aanwezigheid van de kinderen op school gegarandeerd zou zijn. 

De plaats van 15‑jarigen is eerst en vooral op school. Het is precies daar dat zij zich kunnen ontplooien en hun kansen vergroten om een toekomst op te bouwen en toegang te krijgen tot waardig werk. 

Daarom dienen ABVV, SYNOVA, ABVV-Jongeren en Ligue des Droits de l’Enfant een beroep tot nietigverklaring in tegen de nieuwe wet. Een beslissing wordt verwacht tegen de zomer van 2028.