Verdeeld advies HRPBW: omzetting richtlijn grenswaarden beroepsmatige blootstelling aan lood & diisocyanaten

Gepubliceerd op

Voor het eerst in 40 jaar heeft de EU de grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan lood en zijn anorganische verbindingen herzien door een recente Richtlijn 2024/869/EU. Daarnaast zijn er voor het eerst grenswaarden vastgesteld voor diisocyanaten. 

Het ontwerp van KB dat deze Richtlijn omzet, werd ter advies voorgelegd aan de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk (HRPBW). Op 28 januari heeft de HRPBW een verdeeld advies uitgebracht over de ontwerptekst die volgens de werkgeversbank te ver ging in de bescherming van vrouwelijke werknemers. 

Lagere blootstellingwaarden aan lood voor vrouwen  in vruchtbare leeftijd

Het belangrijkste twistpunt met de werkgeversbank blijft de minimale blootstellingswaarde voor lood bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Er bestaat namelijk geen niveau waaronder blootstelling aan lood volledig veilig zou zijn voor de ontwikkeling van eventuele kinderen van deze werkneemsters. 

De Richtlijn beveelt aan dat het bloedloodgehalte van vrouwen in de vruchtbare leeftijd niet hoger ligt dan de referentiewaarden van de algemene bevolking die in de betrokken lidstaat niet beroepsmatig aan lood wordt blootgesteld. Als er geen nationale referentiewaarden beschikbaar zijn, wordt aanbevolen dat het bloedloodgehalte van vrouwen in de vruchtbare leeftijd niet hoger is dan de biologische referentiewaarde van 4,5 μg/100 ml. 

De grenswaarde die door het Belgische instituut Sciensano als nationale referentiewaarde wordt aanbevolen, bedraagt 3,16 μg/100 ml. Deze grenswaarde werd in vraag gesteld door de werkgeversvertegenwoordigers. Bij de als richtlijn aanbevolen grenswaarde van 4,5 μg/100 ml waren ze enkel bereid als “verklikkermarker” te hanteren, d.w.z. geen “harde” blootstellingswaarde, maar als indicator voor meer aandacht en verdere opvolging. 

Standpunt vakbonden: waarborgen van volwaardige bescherming van vrouwen en (ongeboren) kinderen 

Zoals te verwachten waren de vakbonden het oneens met de vertegenwoordigers van de werkgevers over de verlaging van de blootstellingswaarden aan lood voor vrouwelijke werknemers. 

Ons standpunt was hier duidelijk:

  • Een harde waarde van 4,5 µg Pb/dl bloed lood voor werkneemsters op vruchtbare leeftijd zonder historische blootstelling

De doelstelling van de richtlijn beoogt een betere bescherming van werknemers tegen de risico’s van beroepsmatige blootstelling aan lood en de anorganische verbindingen daarvan, een gevaarlijk reprotoxisch agens. Door het feit dat de voorliggende richtlijn slechts een minimumstandaard hanteert, gebaseerd op een compromis bereikt op EU-niveau, hebben de vakbonden gevraagd dat voor werkneemsters in de vruchtbare leeftijd, die na de inwerkingtreding van het KB in dienst treden, de bloedwaarde de 4,5 µg Pb/dl bloed  niet mag overschrijden. 

  • Waarborgen voor het behoud van tewerkstelling bij hogere loodwaarden ingeval van historische blootstelling mits een dalende trend en een nauwgezette gezondheidsopvolging

Werkneemsters in de vruchtbare leeftijd, reeds in dienst voor de inwerkingtreding van het KB, met een historische blootstellingswaarde die hoger ligt dan 4,5 µg Pb/dl bloed, moet worden toegestaan verder te werken, op voorwaarde dat bij deze werkneemster een dalende trend in de bloedloodwaarde wordt vastgesteld en mits een nauwgezette gezondheidsopvolging door de preventieadviseur-arbeidsarts.

De Europese Richtlijn beveelt aan dat de bloedwaarden van vrouwen in de vruchtbare leeftijd onder de nationale referentiewaarde blijven of onder de 4,5µg/dl bloed indien zo’n referentiewaarde niet voorhanden is. 

Ons compromisvoorstel volgt de richtlijn niet strikt, aangezien deze minder ver gaat dan de aanbeveling, precies om de reeds tewerkgestelde vrouwen in de sector de mogelijkheid te bieden aan de slag te blijven wanneer de bloedwaarde zich nu al boven deze waarde bevindt dankzij historische blootstelling.

  • Het centrale doel – een betere bescherming van zwangere vrouwen en (ongeboren) kinderen

Het is essentieel dat we de zwangere werkneemster en het ongeboren kind beter beschermen dan nu het geval is. Lood, dat een reprotoxische stof is zonder veilige drempelwaarde voor blootstelling, heeft onder andere onomkeerbare nefaste gevolgen voor de hersenontwikkeling van het ongeboren kind. Er is wetenschappelijke evidentie en consensus over het verlies van meerdere IQ-punten als gevolg van een blootstelling aan lood. Voor dit effect kan geen veilige ondergrens van blootstelling vastgesteld worden. Geen enkele organisatorische, financiële of praktische overweging weegt op tegen de schade die door blootstelling aan lood wordt veroorzaakt, voor de betrokken werkneemster, een (ongeboren) kind en de maatschappij.

  • Een harde grens van 4,5µg/dl bloed is een praktisch haalbare grens

Er zijn voldoende kennis en middelen beschikbaar om via technische en organisatorische preventiemaatregelen, met inbegrip van de nodige opleiding en ondersteuning van alle werknemers, de blootstelling voor de betrokken werkneemster aan lood dusdanig te beheersen dat de bloedwaarde de 4,5 µg Pb/dl bloed niet overschrijdt. Naar onze informatie, afkomstig uit meerdere ondernemingen binnen de sector, moet het mogelijk zijn om hierin te slagen.

  • Een harde grens van 4,5µg/dl bloed moet een eerste stap zijn

Goed wetend dat de 4,5 µg Pb/dl bloed onvoldoende de werkneemsters en het ongeboren kind beschermt tegen de schadelijke effecten, zijn we ervan overtuigd dat het instellen van deze biologische grenswaarde een eerste en belangrijke minimale stap is. De achtergrondwaarde van 3,16 µg Pb/dl bloed, zoals voorgesteld in het ontwerp van KB op een wetenschappelijke basis, lijkt in vele opzichten niet direct haalbaar, maar moet ondernemingen aansporen om op continue wijze de preventiemaatregelen aan te scherpen en kan als basis dienen voor een latere evaluatie van de grenswaarden voor vrouwen. We vragen dan ook om in tussentijd regelmatig, op basis van concrete meetgegevens de biologische grenswaarde opnieuw ter evaluatie voor te leggen en indien mogelijk naar beneden bij te stellen.

  • Gepaste preventieve maatregelen moeten de nieuwe grenswaarden praktisch haalbaar maken

 De toepassing van strikte, maar haalbare preventiemaatregelen zal er in de toekomst precies voor zorgen dat we de tewerkstelling van vrouwen in de sector kunnen blijven verzekeren met een zo laag mogelijk negatief effect op de gezondheid van de vrouw en het ongeboren kind.

  • Tijdige evaluatie van de nieuwe grenswaarde

De werknemersvertegenwoordigers vragen dat de Hoge Raad ten laatste tegen 31 december 2028 op basis van de binnen deze Raad verzamelde cijfers een evaluatie maakt en opnieuw een advies uitbrengt over een herziening van het wettelijk kader.

Auteurs : Anna.Makhova@abvv.beCaroline.Verdoot@fgtb.be

Delen