Vlaanderen leert: een eenzijdig, arbeidsmarktgericht opleidingsoffensief
Gepubliceerd op
In de conceptnota ‘Vlaanderen leert!’ stelt Vlaams minister van Werk en Onderwijs Zuhal Demir haar opleidingsoffensief voor. Daarin somt zij alle geplande initiatieven op waarmee ze kwalitatieve en kwantitatieve mismatching op de arbeidsmarkt wil aanpakken.
Aan de hand van 6 krachtlijnen en 31 acties zet men in op competentienoden, rationalisatie van het opleidingslandschap, een versterkt partnerschap met sectoren en ondernemingen en vlottere transities tussen school, werkloosheid en werk.
Arbeidsmarktlogica
We stellen vast dat het opleidingsoffensief eenzijdig uitgaat van de arbeidsmarktlogica. De focus ligt daarbij op knelpuntberoepen, efficiëntie en productiviteitsverhoging. Leren is in de visie van de minister vooral een instrument om vacatures sneller in te vullen of de inzetbaarheid op de werkvloer te verhogen. Dat zien we bijvoorbeeld in de incentives voor werknemers die inhoudelijk worden ingeperkt. Zo zullen werknemers met Vlaams opleidingsverlof (VOV) ook geen opleidingen meer kunnen volgen die hun algemene arbeidsmarktcompetenties versterken. Verder zien we het ook bij de rationalisatie-oefening waaraan het opleidingslandschap en -aanbod wordt onderworpen. De nadruk komt daarbij te liggen op efficiëntie en overlapvermijding, wat zal leiden tot een afbouw van het aanbod. Toegankelijke opleidingen voor kwetsbare groepen vallen dan als eerste uit de boot.
Het opleidingsoffensief bedeelt een grote rol toe aan sectoren en ondernemingen. Dat is op zich terecht, maar het nieuwe kader voor sectorconvenants en de toenemende inzet op publiek-private samenwerkingen houden het risico in van een verdere verschuiving van opleidingsverantwoordelijkheid naar het bedrijfsniveau. Ook dat kan leiden tot een dualisering van het opleidingslandschap, waarbij vooral werknemers in sterke sectoren en grote ondernemingen toegang hebben tot kwaliteitsvolle opleidingen. Dit vergroot het belang van sociaal overleg op sector- en ondernemingsniveau over opleidingsbeleid.
Ondermijnende hervormingen
Voor werkzoekenden hebben een aantal acties een bijzonder grote impact. De beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkering, samen met besparingen bij de VDAB en de rationalisering van het aanbod bij de Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO’s), dreigen hun opleidingskansen ernstig te beperken. Terwijl langdurige opleidingen quasi onmogelijk worden legt het opleidingsoffensief de nadruk op korte trajecten en werkplekleren. Dit zorgt ervoor dat de positie van werkzoekenden nog sterker wordt ondermijnd. Onbetaald werk onder het mom van opleiding wordt ook steeds meer de norm. De rechtspositie van werkzoekenden binnen opleidingstrajecten zal verder verzwakken, zoals eerder al bleek bij de hervorming van Individuele Beroepsopleiding (IBO).
Het opleidingsoffensief bevat ook een aantal goede elementen. Zo zullen werknemers beroep kunnen doen op een nog uit te werken omscholingsmaatregel om zich langdurig te kunnen omscholen en blijft loopbaanbegeleiding mogelijk. Ook het duidelijk kader voor micro-credentials in het hoger onderwijs is welgekomen. Het is positief dat we ook een aantal maatregelen terugvinden die zich expliciet richten op korter geschoolden personen. Zij mogen rekenen op meer uren VOV om examens bij de Vlaamse examencommissie secundair onderwijs af te leggen en kunnen ook VOV opnemen voor die opleidingen die leiden tot een eerste diploma secundair onderwijs.
Toch wordt er weinig ingezet op flankerend beleid naar en in het leren. Men verwijst naar lopende oproepen van het Europees Sociaal Fonds (ESF), maar van nieuwe acties in flankerend beleid is evenwel geen sprake. Bovendien gaan de aanzienlijke besparingen bij de CVO’s, bij de VDAB en op de incentives voor werknemers in tegen de ambitie van een werkelijk “offensief”, waardoor het risico ontstaat dat dit opleidingsoffensief vooral een activeringsoffensief zal worden.
Auteur : sarah.lambrecht@vlaamsabvv.be