Het Grondwettelijk Hof vernietigt gedeeltelijk de overgangsmaatregelen van de werkloosheidshervorming, door uitstel te geven aan zowat 100.000 mensen
Het Grondwettelijk Hof verwerpt grotendeels het beroep dat het gemeenschappelijk vakbondsfront (ACV, ABVV en SYNOVA) aantekende tegen de hervorming van de werkloosheidsverzekering van de Arizona-regering.
Alle organisaties die dit beroep bij het hoogste rechtscollege hebben ingesteld, betreuren dat het Grondwettelijk Hof met zijn arrest van 10 september 2026 slechts een beperkt deel van de hervorming nietig verklaart, al erkent het de discriminatie van de mensen die tijdens de eerste drie golven hun werkloosheidsuitkering verloren, dus de mensen die al het langst werkloos waren.
Concreet hadden deze mensen, die op 30 juni 2025 nog slechts recht hadden op 9, 8 of 6 maanden werkloosheidsuitkeringen, ten minste 12 maanden werkloosheidsuitkering moeten ontvangen. In dat opzicht is het Hof het eens met de vakbonden en middenveldorganisaties over de overhaaste uitsluiting van deze groep van ongeveer 100.000 personen.
De vakbonden hadden gehoopt dat het Hof zou oordelen dat wie een werkloosheidsuitkering ontving en een andere opleiding volgde dan een opleiding tot een knelpuntberoep, en ook wie in de toekomst een andere opleiding dan één in de zorgsector zou volgen, een uitzondering zou krijgen op de beperking in de tijd. Deze groepen tonen immers net aan dat ze hun kansen op de arbeidsmarkt wilden vergroten.
De betrokken organisaties zullen de gevolgen van het arrest grondig analyseren en hun leden verder informeren en ondersteunen met aangepaste begeleiding en waar nodig juridische hulp. De organisaties zullen er tevens op letten dat de betrokken minister en administratie met alle betrokkenen overleg plegen, zodat wie getroffen wordt zo snel mogelijk weet waar hij precies aan toe is.
Ook onze strijd voor sociale bescherming gaat onverminderd voort. Eind januari 2026 werd een tweede beroep ingesteld bij het Hof tegen de nieuwe regels die sinds 1 maart 2026 van toepassing zijn. Deze regels zouden eveneens vernietigd kunnen worden.
De huidige uitspraak van het Hof betekent niet noodzakelijk dat de hervorming rechtvaardig is. Het ultiem jobaanbod uit het regeerakkoord is dode letter gebleven, terwijl de gevolgen van deze drastische en ondoordachte maatregel nu erg hard aankomen.
Achtergrond
Eind oktober 2025 trokken ABVV, ACV en SYNOVA samen met verschillende middenveldorganisaties naar het Grondwettelijk Hof tegen de hervorming van de werkloosheidsverzekering die de federale regering heeft doorgevoerd.
Met hun beroep vroegen de organisaties de vernietiging van twee belangrijke onderdelen van de hervorming: het principe om werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd en de overgangsmaatregelen waarmee die beperking wordt toegepast op mensen die al voor de hervorming werkloos waren.
Tegelijk vroegen de organisaties om de overgangsmaatregelen te schorsen in afwachting van een uitspraak ten gronde. Het Hof wees dat verzoek op 15 januari 2026 af. Die beslissing hield echter geen oordeel in over de grond van de zaak. Die volgde dus vandaag.
Waarom stapten we naar het Grondwettelijk Hof?
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd vormt een fundamentele breuk met de manier waarop onze werkloosheidsverzekering en sociale zekerheid zijn opgebouwd.
De hervorming haalt daarnaast bijzonder hard uit naar oudere en jongere werkzoekenden, kortgeschoolden, mensen met een medische of psychische beperking, mantelzorgers en mensen die deeltijds of met opeenvolgende korte contracten werken.
Het volstaat niet om iemand zijn uitkering af te nemen om die persoon aan duurzaam werk te helpen. Wie mensen naar werk wil leiden, moet ook rekening houden met de realiteit op de arbeidsmarkt en met de obstakels waarmee werkzoekenden worden geconfronteerd.
Waarom hebben we ook de overgangsmaatregelen aangevochten?
De hervorming treft niet alleen mensen die in de toekomst werkloos worden. Door de overgangsmaatregelen werden de nieuwe regels ook toegepast op mensen die al werkloos waren en onder het bestaande systeem rechten hadden opgebouwd.
Sommige werkzoekenden verloren zo op zeer korte termijn hun uitkering. Net mensen die het verst van de arbeidsmarkt staan, kregen daardoor bijzonder weinig tijd om zich aan een volledig nieuw systeem aan te passen. En precies op dat punt gaf het Grondwettelijk Hof ons vandaag gelijk.
Welke gevolgen zijn vandaag al zichtbaar?
Tegen 1 juli 2027 verliezen bijna 200.000 mensen hun uitkering. Tegelijk tonen de eerste cijfers van de RVA en de arbeidsbemiddelingsdiensten dat met moeite een op de tien uitgesloten werkzoekenden opnieuw werk vindt. Over de duur van die arbeidsovereenkomsten is niets bekend. 40% valt terug op een leefloon, 10% op de ziekte-uitkering. Naast de toenemende instroom bij het OCMW en de ziekenfondsen verdwijnen anderen gewoonweg van de radar.
Dat toont het fundamentele probleem met deze hervorming: mensen uitsluiten uit de werkloosheidsverzekering doet de oorzaken van langdurige werkloosheid niet verdwijnen.