Welzijn op het werk: 30 jaar preventie en nieuwe klimaatuitdagingen
Gepubliceerd op
De Welzijnswet bestaat 30 jaar. Ze veranderde fundamenteel de manier waarop werknemers worden beschermd: van reageren op ongevallen en ziekte naar risico’s voorkomen. Maar musculoskeletale aandoeningen, stress, digitalisering en hittegolven tonen dat preventie vandaag een nieuwe fase moet ingaan.
De Welzijnswet van 1996, die voortvloeide uit een Europese kaderrichtlijn, maakte preventie tot het uitgangspunt van het welzijnsbeleid. Werkgevers moeten risico’s identificeren, analyseren en zoveel mogelijk voorkomen, in plaats van pas op te treden wanneer werknemers ziek worden of een ongeval krijgen.
Daarvoor moet elke werkgever een dynamisch risicobeheersingssysteem uitwerken, met risicoanalyses, preventiemaatregelen, opleiding en concrete preventie- en actieplannen. Preventie omvat daarbij niet alleen veiligheid, maar ook ergonomie, gezondheid en psychosociale risico’s zoals stress, pesterijen en burn-out.
Sociale overwinning, gedragen door sociale dialoog
Sociaal overleg is een essentieel onderdeel van die preventie. Via de Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) kunnen werknemersvertegenwoordigers risico’s aankaarten, preventieplannen opvolgen en de werkgever ter verantwoording roepen.
Voor het ABVV is die betrokkenheid onmisbaar: werknemers kennen de realiteit op de werkvloer. Daarom moet de sociale dialoog worden versterkt, ook in kleine bedrijven. Welzijn op het werk mag niet afhangen van de goodwill van een werkgever, maar moet steunen op afdwingbare rechten, controle en collectieve vertegenwoordiging.
Alarmsignalen in de arbeidsomstandigheden
Dertig jaar na de invoering van de wet tonen recente gegevens aan dat preventie meer dan ooit noodzakelijk is en blijft.
Het rapport ‘Jobkwaliteit in België in 2024’, opgesteld op basis van de Belgische gegevens van de Europese EWCS-enquête van 2024, schetst een gemengd beeld. Sommige evoluties zijn positief, maar meerdere gezondheids- en welzijnsindicatoren gaan achteruit.
Het opvallendste cijfer betreft de musculoskeletale aandoeningen (MSA): 79 procent van de werknemers verklaart in de loop van de voorbije twaalf maanden minstens één MSA-klacht te hebben gehad. Rugpijn, nekpijn en pijn in de schouders komen zeer vaak voor. Vrouwen, oudere werknemers en lageropgeleiden worden hier vaker aan blootgesteld.
Ook het mentale welzijn blijft zorgwekkend. De gegevens wijzen op hoge niveaus van stress en mentale uitputting, vooral bij vrouwen, mensen tussen 45 en 54 jaar, hogeropgeleiden en personeelsleden in de publieke sector.
Ook digitalisering creëert nieuwe risico’s. Ze neemt niet alleen taken over, maar creëert ook extra opvolging, administratie en coördinatie, met een hogere mentale belasting en versnipperde aandacht tot gevolg. Deze cijfers tonen duidelijk aan dat een wet pas echt effect heeft als ze wordt toegepast, gecontroleerd en aangepast aan de manier waarop ons werk evolueert.
De klimaatontregeling wordt een beroepsrisico
Door de klimaatverandering staat het beleid inzake welzijn op het werk voor een nieuwe, enorme uitdaging.
Hittegolven worden frequenter, langer en intenser en treffen werknemers in steeds meer sectoren, zowel binnen als buiten. Hitte is niet alleen een ongemak. Ze zorgt ook voor meer vermoeidheid, flauwtes, een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, dermatologische problemen, arbeidsongevallen en spanningen tussen collega’s. Ze kan ook psychosociale risico’s verergeren wanneer de arbeidsomstandigheden onhoudbaar worden.
De Codex over het welzijn op het werk voorziet al in maatregelen bij extreme temperaturen. Maar deze regels zijn niet langer toereikend nu hittegolven meerdere dagen of zelfs meerdere weken aanhouden. Koele dranken, ventilatoren of geïmproviseerde pauzes volstaan niet.
Het ABVV vindt dat klimaatrisico’s volledig in het preventiebeleid moeten worden geïntegreerd. Dit veronderstelt structurele noodplannen die vooraf worden voorbereid, met de werknemersvertegenwoordigers worden overlegd en aan de realiteit van elke sector worden aangepast.
ABVV-eisen
Het ABVV pleit voor een ambitieuze aanpassing van de Codex over het welzijn op het werk. Er zou een specifiek hoofdstuk moeten worden gewijd aan de gevolgen van de klimaatontregeling voor het werk.
- Bedrijven moeten worden verplicht om klimaatnoodplannen uit te werken. Deze plannen moeten voorzien in concrete maatregelen, waaronder aangepaste werkroosters, toegang tot water, voldoende pauzes, lokalen die bestand zijn tegen de hitte, telewerkmogelijkheden, aangepaste uitrusting en de mogelijkheid om gevaarlijke activiteiten tijdens extreme periodes in te korten of stop te zetten.
- Deze maatregelen moeten ook rekening houden met de sociale realiteit. Werknemers worden niet allemaal op dezelfde manier blootgesteld. Er moet rekening worden gehouden met leeftijd, gezondheidstoestand, gender, zware beroepen, verplaatsingen, het al dien niet alleen werken en interventies bij klanten thuis.
- Het ABVV vraagt ook om de preventiediensten, de arbeidsgeneeskundige diensten en de inspectiediensten te versterken. Er moeten meer controles, meer middelen en meer gegevens komen, evenals een betere erkenning van ongevallen en ziekten die samenhangen met extreme temperaturen.
- Tot slot moeten werknemers worden vertegenwoordigd en verdedigd. In grote bedrijven kunnen afgevaardigden al een essentiële rol spelen. Maar in kmo’s zijn er te veel mensen die de risico’s alleen het hoofd moeten bieden. Daarom pleit het ABVV ook voor vakbondsvertegenwoordiging in kleine bedrijven.
Werknemers beschermen, de maatschappij aanpassen
Klimaatverandering stopt niet aan de bedrijfspoort. Daarom moet ook op interprofessioneel en sectoraal niveau worden onderzocht welke werknemers het kwetsbaarst zijn en welke bijkomende beschermingsmaatregelen nodig zijn.
De Welzijnswet van 1996 was een belangrijke sociale verworvenheid. Maar 30 jaar later volstaat het niet om terug te blikken. De wet moet mee evolueren met nieuwe risico’s op de werkvloer.
Musculoskeletale aandoeningen, stress, digitalisering en klimaatverandering veranderen de uitdagingen, maar niet het uitgangspunt: elke werknemer heeft recht op een veilige, gezonde en respectvolle werkomgeving. Daarvoor zijn meer preventie, sterkere sociale dialoog en een echte aanpassing van het werk aan de klimaatverandering nodig.