Wat verandert er voor jou op 1 september?

Gepubliceerd op

Na het zomerreces kennen we op 1 september traditioneel de grote rentrée: mensen keren terug van hun verlof en de scholen heropenen hun deuren. Ook op politiek vlak is het een moment van terugkeer en verandering. Van de geplafonneerde indexering van pensioenen en ambtenarenwedden tot een beperkte verhoging van het minimumflexiloon: we overlopen wat er in september op het programma staat.

Er staat een aantal ingrijpende en minder ingrijpende veranderingen te wachten. Sommige zijn eerder praktisch van aard, terwijl andere koopkrachtverlies veroorzaken.

Uitkering bij arbeidsongeschiktheid stijgt niet vanaf de 7e maand

Wie tijdens zijn werkloosheid arbeidsongeschikt wordt, ontvangt tijdens de eerste zes maanden een uitkering die is afgestemd op de werkloosheidsuitkering. Vanaf de zevende maand wordt die normaal berekend op basis van het laatst ontvangen loon, weliswaar begrensd door een loonplafond.

Door de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen werden de loonplafonds vanaf 1 maart 2026 aangepast. Zonder bijkomende ingreep zouden sommige arbeidsongeschikten daardoor vanaf hun zevende maand een hogere uitkering ontvangen. De regering-De Wever stak daar met een koninklijk besluit een stokje voor. Voor deze groep blijven daardoor de lagere plafonds van vóór 1 maart 2026 gelden.

We schetsen de situatie met een voorbeeld:

Jeanine werd op 1 maart vanuit de werkloosheid arbeidsongeschikt. Normaal zou haar maandelijkse uitkering vanaf 1 september stijgen van 2.059,46 euro naar 2.509,52 euro. Door de ingreep van de regering blijft haar uitkering steken op ongeveer 2.059 euro. Zo loopt ze iedere maand ruim 450 euro mis.

‘Centenindex’ voor gepensioneerden en sociale uitkeringen

De spilindex werd in juni overschreden. Daardoor worden de wettelijke pensioenen en sociale uitkeringen in september geïndexeerd. Het zal ook de eerste keer zijn dat een er  indexsprong light, de zogenaamde ‘centenindex’, op de pensioenen wordt toegepast. De integrale indexering wordt beperkt ter hoogte van een pensioen van maximaal 2.000 euro bruto. Dat betekent dat een pensioen met maximaal 40 euro wordt verhoogd: 2 procent van 2.000 euro. Het deel van het pensioen boven dat bedrag wordt niet geïndexeerd.

Dit leidt tot een koopkrachtverlies dat zich de rest van je leven blijft opstapelen en tot duizenden euro’s kan oplopen. Ongeveer de helft van de gepensioneerden zal geen volledige indexering krijgen. Wie een minimumgezinpensioen ontvangt, verliest door die ene geplafonneerde indexsprong zes euro per maand, een verlies dat de komende jaren gestaag zal oplopen.

Niet alle pensioenen worden op dezelfde dag uitbetaald. Afhankelijk van de betaaldatum wordt de centenindex voor gepensioneerden voor het eerst voelbaar op 1, 4, 14 of 23 september.

Ook ambtenaren een afgetopte indexering

De centenindex treft niet alleen gepensioneerden. Ook de wedden van ambtenaren worden in september voor het eerst volgens het nieuwe systeem geïndexeerd.

In plaats van een plafond van 2.000 euro bruto geldt voor ambtenaren net als voor werknemers een plafond van 4.000 euro bruto. Tot dat bedrag wordt de volledige indexering toegepast. Het deel van de wedde boven dat bedrag wordt niet geïndexeerd. Daardoor kan de brutowedde met maximaal 80 euro stijgen: 2 procent van 4.000 euro.

Een voorbeeld:

Een ambtenaar met een brutowedde van 5.000 euro zou bij een gewone indexering 100 euro bruto extra ontvangen. Door de centenindex is dat maar 80 euro. Die persoon loopt vanaf september dus maandelijks 20 euro bruto mis. Dat verlies blijft zich maand na maand opstapelen.

Bovendien zal er in 2028 nog een tweede geplafonneerde indexering plaatsvinden, waardoor het koopkrachtverlies verder oploopt. Bereken je koopkrachtverlies met onze calculator. Dat kan zowel voor wedden als voor pensioenen.

Stijging minimumloon flexi-jobbers in de horeca 

Ook het minimumflexiloon in de horeca wordt op 1 september met 2 procent geïndexeerd. Het basisflexiloon stijgt van 11,87 euro naar 12,11 euro per uur. Daarbovenop komt 7,67 procent flexivakantiegeld, dat meteen samen met het loon wordt uitbetaald. In totaal stijgt het minimumflexiloon, inclusief vakantiegeld, van 12,78 euro naar 13,04 euro per uur.

Dat is een verhoging van 26 cent per gewerkt uur. Wie bijvoorbeeld 20 uur per maand als flexi-jobber werkt, krijgt daardoor maandelijks 5,20 euro meer.

Ook het maximale flexiloon in de horeca wordt geïndexeerd. Vanaf september bedraagt dat 21,42 euro per uur, of 23,06 euro inclusief flexivakantiegeld.

In andere sectoren bestaat er geen afzonderlijk forfaitair minimumflexiloon. Daar moet een flexi-jobber minstens het sectorale baremaloon krijgen dat bij de uitgeoefende functie hoort. Wanneer er geen baremaloon bestaat, geldt minstens het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen.

Nieuw Pensioenlijn, niet meer gratis

Het gratis nummer 1765 verdwijnt. Vanaf 1 september is de Pensioenlijn bereikbaar op het nummer 02 225 17 65. Dat betekent ook dat het nummer niet meer gratis is. Voor de meeste mensen met een vast of mobiel abonnement zijn er geen kosten bij oproepen naar 02-nummers. Maar voor een kleine, vaak kwetsbare groep, is dit wel een extra kost.

De dienstverlening en de openingsuren van de Pensioendienst, het RSVZ en Sigedis blijven onveranderd. 

Warme rentrée of koude douche?

September brengt een handvol verhogingen, maar ook verschillende besparingen waarvan de gevolgen veel langer dan één maand voelbaar zullen blijven. Terwijl het minimumflexiloon voorzichtig stijgt, zien sommige gepensioneerden en ambtenaren een deel van hun inkomen verdwijnen. De verhoging van bepaalde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen werd geblokkeerd. 

De rentrée wordt zo lang niet voor iedereen een even warm weerzien.