Zelfstandigen, armoederisico en sociale zekerheid: tijd voor een eerlijk debat

Gepubliceerd op

In haar jaarlijks rapport over het risico op armoede of sociale uitsluiting focust de FOD Sociale Zekerheid dit jaar op de situatie van zelfstandigen. De conclusie is bekend: het armoederisico ligt hoger bij zelfstandigen dan bij werknemers, maar tegelijk blijken hun effectieve leefomstandigheden gemiddeld beter te zijn. Dat laatste wordt verklaard door de voordelen die zelfstandigen halen uit hun bedrijf via bedrijfsactiva en andere vermogenscomponenten.

Die objectieve vaststelling roept vragen op die zelden ten gronde worden besproken.

Laat één zaak duidelijk zijn: elke sociaal verzekerde in dit land moet op een correcte en volwaardige manier beschermd worden tegen de sociale risico’s die elk mensenleven kenmerken — ziekte, arbeidsongeschiktheid, ontslag, ouderdom. Dat geldt voor werknemers, zelfstandigen én ambtenaren. Sociale bescherming is geen privilege, maar een recht.

De voorbije twintig jaar is de sociale bescherming van zelfstandigen stelselmatig uitgebreid. Sinds 2003 hebben zij toegang tot de volledige gezondheidszorg. De kinderbijslag werd gelijkgeschakeld in 2014, de pensioenberekening is vanaf 2021 gelijkgeschakeld door de afschaffing van de correctie-coëfficiënt, zelfstandigen kregen toegang tot een vorm van werkloosheidsverzekering (overbruggingsrecht) en de deur staat vandaag open voor ouderschapsverlof. Die stappen dragen bij aan een waardige sociale bescherming die voor iedereen zou moeten gelden. En daar wringt het schoentje. 

De sociale zekerheid van werknemers wordt steeds afgeschilderd als een absolute kost die onhoudbaar is én ons land op de rand van het failliet zet. Niet juist, de argumenten vind je in de socio-economische barometer van het ABVV. Dit terzijde. Als het over de zelfstandige gaat, dan wordt die in de markt gezet als onvoldoende beschermend. Dat debat in slogans en oneliners verdient nochtans nuance.

Eerst en vooral: dé zelfstandige bestaat niet. De verschillen binnen het zelfstandigenstatuut zijn enorm. Tussen de kleine zelfstandige en de bedrijfsleider gaapt een gigantische kloof. Net de kleine zelfstandige loopt een aanzienlijk hoger armoederisico. Hij of zij beschikt vaak niet over de financiële ruimte om zich privé te verzekeren tegen sociale risico’s zoals ziekte of pensioen.

Daarnaast is ook het financieringssysteem van de sociale zekerheid voor zelfstandigen problematisch opgebouwd. Vandaag geven kleine zelfstandigen 1 vijfde van hun  zuurverdiend inkomen terug voor hun sociale verzekering.  In een ideale wereld gaat elke betaling elektronisch én wordt het stuk sociale verzekering aan de bron ingehouden. Dat zou onmiddellijk ook de frustratie over de inhoudingen kunnen doen afnemen.  In tegenstelling tot de kleine draagt de welvarende zelfstandige voor het beroepsinkomen boven de  110.000 euro niet meer bij. Dat ondergraaft het solidariteitsprincipe dat nochtans de basis vormt van elk sociaal zekerheidssysteem. Een eerlijk financieringsstelsel voor zelfstandigen, brengt honderden miljoenen euro’s op. 

De beperkte financiering door de zelfstandigen in globo zelf, moet de overheid veel bijleggen om die uitgebreide bescherming te bekostigen. De overheid financiert 49 % van de sociale zekerheid van zelfstandigen. Bij werknemers is dat maar 36 %. 

Toch staat de financiering van het zelfstandigenstelsel amper op de politieke agenda, in tegenstelling tot die van werknemers. Werknemersrechten worden onder het mom van onhoudbaar afgebouwd via een pensioenmalus die zelfstandigen niet raakt, afgetopte indexering die zelfstandigen niet raakt, via uitsluiting werkloosheid.

Ook de manier waarop het armoederisico wordt gemeten, verdient kritische reflectie. Dat risico wordt berekend op basis van aangegeven inkomen. Voor werknemers en zelfstandigen met inkomens gelinkt aan de overheid — zoals artsen  — zijn die inkomsten publiek en vaak aanzienlijk hoger. Voor andere zelfstandigen geldt dat een deel van de inkomsten niet altijd wordt aangegeven. Laten we daar niet hypocriet over doen: wie heeft nog nooit de vraag gekregen om een factuur “zonder btw” te regelen? Uit de statistieken kun je ook vaststellen dat een zelfstandige uit een bepaalde sector een lager aangegeven inkomen heeft dan zijn werknemers. Enigszins verrassend.

Dat verklaart mee waarom de reële leefomstandigheden van zelfstandigen gemiddeld beter zijn dan de armoederisicocijfers doen vermoeden. Cijfers over materiële deprivatie tonen aan dat zelfstandigen vaak beter beschermd zijn tegen concrete tekorten. Niet-aangegeven inkomensstromen en het verwerven van voordelen via bedrijfsactiva — woning, wagen, consumptie — verzachten de impact van een lager officieel inkomen.

De conclusie is dan ook helder: het hogere armoederisico bij zelfstandigen vraagt een eerlijk debat over solidariteit, financiering en sociale bescherming. Wie dat debat ernstig wil voeren, moet kiezen voor versterking van inkomsten voor de sociale zekerheid en een waardige bescherming voor iedere sociaal verzekerde.