Wet-Quintin: de vrijheid van vereniging mag niet afhangen van een regeringsbeslissing
Gepubliceerd op
De Arizona-regering wil de uitvoerende macht de bevoegdheid geven om de activiteiten van bepaalde verenigingen te verbieden zonder voorafgaande beslissing van een rechter. Ondanks verschillende aanpassingen blijft het wetsontwerp van minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin een bron van ernstige bezorgdheid. Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens trekt opnieuw aan de alarmbel. Waarop Amnesty International ook een aan parlementsleden gerichte petitie lanceert. Als lid van de coalitie ‘Recht op Protest’ verspreidt het ABVV deze nu petitie nu verder.
De vrijheid van vereniging is een cruciale pijler van onze democratie. Ze stelt burgers niet enkel in staat om samen te komen, maar ook om op te komen voor hun belangen en bepaalde politieke beslissingen te betwisten. De mogelijk impact van de Wet-Quintin is niet te onderschatten. Vakbonden, mensenrechtenorganisaties, milieuverenigingen en burgercollectieven dragen elk bij aan de democratische dynamiek van onze samenleving.
Het wetsontwerp van Bernard Quintin (MR) zou die fundamentele vrijheid ernstig kunnen aantasten.
Na aanhoudende kritieken heeft de regering haar ontwerp nu bijgestuurd. De tekst omvat niet langer de administratieve ontbinding van de verenigingen, maar wel het verbod op hun activiteiten wanneer de verenigingen worden beschouwd als een ernstige en actuele bedreiging voor de nationale veiligheid.
Het probleem is niet van de tafel: het is de uitvoerende macht, en niet een rechtbank, die over een dergelijk verbod zou kunnen beslissen. De mogelijkheden om in beroep te gaan tegen zo’n beslissing en het gebrek aan garanties rond deze procedure roepen nog steeds vragen op.
Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens blijft bij zijn kritiek
In een nieuw advies, gepubliceerd op 5 oktober 2026 , erkent het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM) enkele verbeteringen die in de tekst werden aangebracht. Het Instituut meent echter dat de risico’s voor de fundamentele vrijheden niettemin blijven bestaan.
Het Instituut maakt zich onder meer zorgen over het afschrikkende effect van de maatregel: alleen al de mogelijkheid dat een vereniging een verbod opgelegd krijgt, zou burgers kunnen ontmoedigen om zich die vereniging aan te sluiten bij of deel te nemen aan haar activiteiten.
De aanbeveling van het Instituut is duidelijk: dit administratieve verbodsmechanisme niet invoeren en de voorkeur geven aan de strafrechtelijke weg die meer garanties biedt voor het eerbiedigingen van de fundamentele rechten.
Voor het ABVV moeten criminele activiteiten en de reële bedreigingen voor de veiligheid worden bestreden met respect voor de rechtsstaat. De bescherming van de democratie kan niet worden bewerkstelligd ten koste van de vrijheden waarop de democratie berust.
Een petitie om de vrijheid van vereniging te verdedigen
Het ABVV is lid van de coalitie ‘Recht op Protest’*, die onder meer de drie vakbondsorganisaties en tal van andere grote en kleinere organisaties uit het middenveld samenbrengt.
De coalitie verdedigt het fundamentele principe dat een democratie burgers moet toelaten zich te kunnen organiseren, hun mening te uiten, te betogen en de mogelijkheid te hebben om de beslissingen van de overheid te betwisten.
Amnesty International, dat ook lid is van de coalitie, lanceerde een petitie, gericht aan de parlementsleden. Daarin wordt hun gevraagd om het wetsontwerp-Quintin niet goed te keuren en om de vrijheid van vereniging te waarborgen.
Het ABVV steunt de petitie. De vrijheid van vereniging en het recht op protest zijn immers fundamentele democratische verworvenheden. Hun bescherming gaat de hele maatschappij aan en reikt veel verder dan alleen de organisaties die door dit wetsontwerp worden beoogd.
*De coalitie ‘Recht op Protest’ bestaat onder meer uit de drie vakbonden, Amnesty International België, de Liga voor Mensenrechten, Greenpeace, MOC, PAC, Cepag en de netwerken voor armoedebestrijding.